BENAMINGEN VAN DIEREN IN DE BOUW

Iedereen heeft het liedje: "Er zat een aapje op een stokje, achter moeders keukendeur", wel eens gehoord. Wat weinig mensen echter weten is dat een de term "aap op stok" vroeger ook voor een met de hand bediende heistelling werd gebruikt, waarbij het heiblok als een "aap" op en neer danste. Deze, en vele andere benamingen werden vroeger in de bouwkunde gebruikt voor het benoemen van werkwijze, materialen en grondstoffen. Benamingen, die in feite erg voor de hand lagen, omdat het dier in die tijd veel meer deel uitmaakte van de woon- en werksfeer. Enkele benamingen die destijds gebruikt werden zijn:

Ezelsrug:Een ezelsrug is een schuin aflopende afwaterende muurafdekking die vaak toegepast wordt bij tuinmuren, maar ook bij andere gevelvlakken. Door
de vorm kan het regenwater gemakkelijk van het metselwerk aflopen.
Koekoek:Een koekoek is een kleine dakkapel, vrij hoog in het dak aangebracht.
Papegaaienbek:Een papegaaienbek is een afwerking in de vorm van een papegaaienbek, bv. bij een aanrecht of een tafel.
Vossengat:Een tegen het maaiveld gelegen uitgebouwde bak aan de kelderwand die ervoor zorgt dat er licht en/of ventilatie in de kelder kan treden.
Zwanenhals:De zwanenhals is de krul in de afvoer van bv. een wasbak: het U-vormige deel vormt een waterslot dat de rioollucht belet naar buiten te treden.

Dit is slechts een kleine greep van alle dierenbenamingen die worden gebruikt in de bouw. Helaas gaan steeds meer bouwkundige termen bij jonge vakmensen verloren. Mocht dit onderwerp je aanspreken, kijk dan een in het boekje "Dierennamen in de bouw" van J. A. M. Claassens . Hier staan alle dierennamen op het gebied van bouwkunde opgesomd.


test